Een gezonde en veilige leefomgeving, daar werken we aan. Toen het RIVM in 2016 onderzoek deed naar de historische blootstelling aan PFOA rondom de  fabriek Chemours in Dordrecht, bleek de stof terug te vinden in de leefomgeving en in het bloed van omwonenden. En PFOA is slechts één van de vele duizenden verbindingen van een groep stoffen die PFAS worden genoemd. We zijn nu vijf jaar verder en weten dat deze PFAS overal in Nederland voorkomen: in de bodem, in het water, in de lucht, in dieren en in mensen. 

Met een Europees verbod op de productie én het gebruik van de hele groep PFAS wordt het probleem bij de bron aangepakt.

PFAS kunnen een probleem opleveren voor het milieu en de gezondheid. De stoffen breken (bijna) niet af en verspreiden zich makkelijk door het milieu. Doordat we de stoffen blijven gebruiken, komen er steeds meer PFAS in het milieu. Om dat te voorkomen bereidt Nederland een voorstel voor om de productie en het gebruik in Europa te verbieden. Dit doen we samen met Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Zweden. Zo voorkomen we dat deze stoffen in onze leefomgeving terecht komen.

Dat dit geen eenvoudige klus is, kunt u lezen in dit magazine. Het gaat om veel stoffen, veel producten en veel betrokkenen. Want PFAS worden gebruikt in heel veel alledaagse producten, zoals bakpapier, antiaanbakpannen en regenjassen. Maar PFAS worden ook gebruikt in bijvoorbeeld medicijnen of zonnepanelen. En niet altijd is daar een direct een alternatief voor. Dit vormt een extra uitdaging.  

In dit magazine kunt u lezen over de eigenschappen van PFAS en komen de perspectieven van de betrokken instanties aan bod. Zo vertelt Peter van der Zandt, van het Europees Chemicalienagentschap (ECHA) over hoe het tijdspad van het eerste conceptadvies tot verbod eruit ziet. 

Met een Europees verbod op de productie én het gebruik van de hele groep PFAS wordt het probleem bij de bron aangepakt. En voorkomen we dat de ene PFAS de ander vervangt. Volgens staatssecretaris Steven van Weyenberg is “de meest effectieve aanpak een Europese aanpak, waarmee we PFAS zo dicht mogelijk bij de bron stoppen. Daar zetten we ons voor in. Want Nederland is geen eiland, voor een deel van de problemen ligt de oorzaak en de oplossing in onze buurlanden.”


“PFAS zijn overal. Om het bad niet te laten overlopen, moeten we de kraan dichtdraaien.” Deze beeldspraak is  van Xenia Trier van het Europees Milieuagentschap (EEA). Op veel plaatsen is de concentratie al zo hoog dat we ons zorgen maken over de gezondheid van mensen. We weten dat er een effect kan zijn op het immuunsysteem en de voorplanting en dat PFAS effecten hebben op het bloed en de lever. Ook komen ze in de voedselketen van dieren terecht en krijgt de mens ze op die manier binnen.

Dat PFAS in zoveel producten zit komt door hun bijzondere eigenschappen. Toch kunnen we PFAS in veel gevallen vervangen door andere stoffen of we kunnen zonder. Een koekenpan zonder antiaanbaklaag bijvoorbeeld. Tjeerd Bokhout van Royal HaskoningDHV kijkt samen met internationale partners naar hoeveel PFAS er gebruikt worden (in tonnage) in de elektronica- en energiesector en hoeveel er vrijkomt. Ook kijken ze wat de impact is op de samenleving en het milieu en of er alternatieven zijn.

Vanuit de industrie beschrijft Steven van den Broeck van brancheorganisatie Cefic de impact van een verbod. Bedrijven moeten op zoek naar alternatieven die misschien minder effectief zijn.  Alleen waar gebruik van PFAS nog essentieel is, zullen we  uitzonderingen moeten maken, zegt ook de Europese Commissie bij monde van Valentina Bertato. Zij benadrukt het belang van dit verbod en waarom het past binnen de ‘Green Deal’ en de Europese Duurzaamheidsstrategie voor chemische stoffen.  


Ik wens u veel leesplezier!

Charles Wijnker

Directeur Milieu en Veiligheid

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu